Hechten op deining van de zee
Wie: Fulco van der Leer (37)
Wat: Werkt als haven- en scheepsarts in de Rotterdamse haven en zit regelmatig voor langere tijd op zee.
Zijn huisartsenpraktijk in het Scheepsvaartkwartier is ook toegankelijk voor ‘niet-zeelieden’.
“Het is lastig om op de deining van de golven een wond te hechten, je moet in het ritme werken.
Maar iemand met een blindedarmontsteking ga ik niet opensnijden. Die krijgt antibiotica en gaat bij de
volgende haven van boord.”
Fulco van der Leer is een van de vier huisartsen van het Port Health Centre in Rotterdam. Dat richt zich op zeelieden en fungeert daarnaast als ‘gewone’ huisartsenpraktijk in het Scheepvaartkwartier. Bovendien vaart zeilliefhebber Van der Leer een aantal malen per jaar als scheepsarts op de driemaster de “Eendracht”. “Het is de combinatie die me aanspreekt. Het werken aan boord geeft een extra dimensie aan het vak.”
Van der Leer studeerde geneeskunde in Utrecht en deed in Leiden de opleiding tot huisarts. “Als havenarts heb je veel te maken met tropische aandoeningen. Daar heb ik nascholingscursussen voor gevolgd. Ziektes als malaria kom je in een gewone huisartsenpraktijk nu eenmaal niet zo vaak tegen.”
Fulco van der Leer vaart als scheepsarts mee op het Tallship de “Eendracht”, zowel op korte als wekenlange tochten. “Zeeziekte staat met stip op één. Mensen met zeeziekte kwijnen jammerend weg. Je moet ze goed in de gaten houden en soms letterlijk in de kraag vatten als ze over de reling hangen. We zijn goed uitgerust aan boord, maar het is vooral anticiperen. Ik had op een jongerenreis een trainee met epilepsie. Die wilde graag meedoen met het wachtsysteem. Dat is vier uur op, acht uur af. Dan kun je wachten op een pilepsie-aanval, dus die liet ik dagdiensten doen en ’s nachts gewoon slapen.”
Als er voor de dokter niet veel te doen is, helpt Van der Leer mee aan boord en loopt wacht, net als de andere opvarenden. “Je hebt ook een sociale taak. Vooral zeezieken trekken zich terug. Je moet ervoor zorgen dat mensen betrokken blijven bij het sociale leven. Het schip heet niet voor niets Eendracht.”
Waar het leven aan boord van de Eendracht een weliswaar gereguleerd maar ontspannen karakter heeft, wordt op de zeeschepen die Van der Leer bezoekt keihard gewerkt. Ook met gevaarlijke stoffen. Als havenarts ziet hij patiënten in de praktijk, maar gaat hij ook geregeld aan boord. “Dan word je met een kleine boot naar zo’n vrachtschip gevaren voor een visite aan een zieke zeeman, of om de bemanning te vaccineren.” De aard van de aandoeningen die Van der Leer ziet wijkt behoorlijk af van de zaken in een reguliere huisartsenpraktijk. “Chemische brandwonden van een week oud. Dan hebben ze er zelf wat opgesmeerd en is die wond gaan rotten. De communicatie verloopt vaak moeizaam. Filipijnse zeelieden spreken een apart soort Engels. En met Russen en Oekraïners is het contact soms bijna veterinair. Hand op de buik leggen en voelen waar het pijn doet.”